Wat mij in m’n jeugd is overkomen,
Heeft mijn kind zijn afgenomen.
Was op jonge leeftijd al een vrouw,
Volwassen was ik daarom gauw.
Waarom heb ik nooit kind mogen zijn,
En ervaar ik daarom al die pijn?
Mijn hele leven één groot rollenspel,
Mijn eigen ik helemaal van de rel.
Wie is mijn persoontje van binnen uit,
Het kind in mij gilt hard en luid.
Waarom moest mij dit juist gebeuren,
Het verwerken hier van opent gesloten deuren.
Het zat daar wel goed allemaal diep van binnen,
Moet nu aan mijn eigen ik beginnen.
Moeilijk om dit zware gevecht aan te gaan,
En te knokken voor een nieuw bestaan.
Het kind in mij komt nu naar boven,
Leert om in mijzelf te geloven.
Ik kom straks sterk uit deze strijd,
Door de confrontatie die ik niet meer mijd.
Dit proces duurt nog wel even voort,
Maar ik word nu wel gehoord.
Ik ben het waard om te bestaan,
Daarom kan ik dit alles aan.
.
Anita