| Anti-depressiva |
Groep van medicijn die worden toegepast bij depressie. Sommige anti-depressiva (SSRI's) worden ook toegepast bij bepaalde angst-stoornissen.
|
 Â
| Borderline |
Borderline is een persoonlijkheidsstoornis. Het is een psychische aandoening die gepaard gaat met onder andere angst, depressiviteit en in de war zijn. Ooit is deze term gelanceerd als 'grens' tussen neurose en psychose. Maar die typering klopt niet. Borderline heeft wel wat symptomen van neuroses en psychoses, maar verschilt er in veel opzichten ook wel van.
|
|
|
| Boulimie (boulimia nervosa) |
Bij perioden ongecontroleerd, overmatig eten, drinken en snoepen (= vraatzucht) gevolgd door opzettelijk purgeren (= zelf opgewekt braken, gebruik van laxeer- of plasmiddelen), zware vermageringskuren en/of sporten (vaker bij vrouwen dan bij mannen). Het lichaamsgewicht schommelt vaak sterk in de loop van de tijd. Ook kan men overmatig bezorgd zijn over het lichaamsgewicht. |
Â
| Condoom (kapotje) |
Dun en elastisch voorbehoedmiddel (= preventie-middel) tegen zwangerschap en/of geslachtsziekten, (SOA) dat tijdens het geslachtsverkeer om de penis (mannen-condoom) of in de vagina (vrouwen-condoom) wordt gedragen. Condooms bieden geen absolute bescherming tegen zwangerschap en/of geslachtsziekten (SOA), waaronder HIV/AIDS. Het condoom kan immers beschadigd (lek) zijn, verkeerd worden gebruikt, wegschuiven (afglijden) of -al of niet bewust- worden vergeten omdat vrijen zonder condoom vaak wordt gevonden. Ook wordt beweerd dat het gebruik van condooms leidt tot meer seksueel geslachtsverkeer en vreemdgaan (= overspel, promiscuïteit). Hierdoor zou de kans op geslachtsziekten bij regelmatige condoomgebruikers juist groter zijn dan bij niet condoomgebruikers. |
| Depressie |
Een psychische aandoening die tot uiting kan komen in één of meerdere van de volgende symptomen: neerslachtigheid of sombere stemming, niet kunnen genieten van alledaagse gebeurtenissen, gebrek aan zelfwaardering, schuldgevoelens, piekeren, terugkerende gedachten aan de dood of suïcidaal zijn (de aandrang zichzelf van het leven te benemen), pessimisme, duidelijke gewichtsvermindering- of toename, verminderde- of toegenomen eetlust, slaapproblemen, vermoeidheid of verlies van energie, concentratie- of geheugen problemen en besluiteloosheid. |
|
|
| Diagnose |
Het vaststellen welk onderliggend patroon, stoornis of ziekte ten grondslag ligt aan de vertoonde symptomen. In psychotherapie wordt gebruik gemaakt van (biografische) vragenlijsten, psychologische tests, observatie en gespreksindrukken met de patiënt en eventueel zijn of haar familie. |
| Â |
|
| Dissociatie |
Een stoornis waarbij er voor de duur van een bepaalde periode een onvermogen is om bepaalde persoonlijke gegevens te herinneren. Meestal zijn deze herinneringen van traumatische of stressveroorzakende aard. De dissociatie kan soms zo ernstig zijn dat er sprake is van een meervoudige persoonlijkheid, hoewel dit in psychiatrische kringen een omstreden concept is. De dissociatie kan ook betrekking hebben op lichamelijke functies. |
|
|
| Dissociatieve |
Psychische aandoening waarbij een patiënt afwisselend twee verschillende identiteiten (= persoonlijkheden = alters) kan aannemen, die elkaars verleden niet lijken kennen. Hierbij treedt ook geheugenverlies (= amnesie) van persoonlijke ervaringen op. Dissociatieve identiteitsstoornis komt vaker samen met één of meer andere psychische stoornissen voor. |
| Eerstelijnspsycholoog |
Een eerstelijnspsycholoog is een hulpverlener die u concreet helpt bij psychische problemen. Via gesprekken helpt de eerstelijns psycholoog u om weer op eigen kracht verder te kunnen. 'Eerstelijns' wil zeggen dat u, net als bij de huisarts, zelf kunt bellen voor een afspraak. U vindt een eerstelijnspsycholoog vaak dichtbij huis. De eerstelijnspsycholoog is er voor volwassenen, jongeren en kinderen. U kunt een eerstelijnspsycholoog inschakelen als u ergens mee zit of psychische klachten heeft. Juist als u er vroeg bij bent, kan een eerstelijnspsycholoog u goed helpen. Een eerstelijnspsycholoog kan helpen als bij tal van psychische klachten (generalist). In het eerste gesprek legt u uw situatie en probleem voor. De eerstelijnspsycholoog stelt daarna, eventueel met behulp van testdiagnostiek of nadere gesprekken, de diagnose. Vervolgens werkt u samen aan een oplossing. Hoe komt het dat u er niet op eigen kracht uitkomt? Welke persoonlijke capaciteiten kunnen u helpen? De eerstelijnspsycholoog denkt met u mee en helpt u concreet om tot een oplossing te komen. Vijf tot vijftien gesprekken zijn meestal voldoende om op eigen kracht weer verder te kunnen. Eén gesprek duurt ongeveer 45 minuten. |
|
|
| Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) |
Het Elektronisch Patiënten Dossier is een voorgenomen landelijk gegevensbestand (computerbestand) waar alle medische en paramedische informatie zou moeten worden opgeslagen. Zorgverleners kunnen met het EPD onderling makkelijker en sneller medische gegevens uitwisselen waardoor de kans op fouten afneemt. Het is de bedoeling dat het EPD vanaf 1 januari 2009 zijn intrede doet, maar naast praktische bezwaren is er vooral veel weerstand vanuit ethische hoek (vertrouwelijkheid en controle op het systeem). |
|
|
| EMDR-traumabehandeling |
Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR, is een therapie bedoeld voor mensen met posttraumatische klachten (PTSS) en andere traumagerelateerde angstklachten. Voorwaarde is dat deze klachten zijn ontstaan als direct gevolg van een concrete, akelige gebeurtenis en waarbij het denken aan deze gebeurtenis nog steeds een emotionele reactie oproept. Een eerste versie van EMDR werd in 1989 beschreven door de ontwikkelaarster ervan, de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. In de jaren daarna werd deze procedure verder uitgewerkt en ontwikkelde EMDR zich tot een volwaardige therapeutische methode. Bij EMDR wordt de client gevraagd zich te richten op het als meest belastend ervaren moment in de nare ervaring, waarna hem een afleidende stimulus wordt aangeboden, meestal in de vorm van visuele signalen (het met de ogen volgen van de hand van de therapeut), of geluidssignalen ("klik"-geluiden via een koptelefoon). Dit brengt een bepaald proces op gang in de hersenen waardoor de traumatische situatie geherevalueerd wordt, en de emotionele lading afneemt tot een aanvaardbaar niveau. EMDR werkt snel en effectief en is daardoor minder belastend voor de cliënt. |
| Gedragstherapie |
Een vorm van psychotherapie die sinds het beging van de jaren zestig bestaat. Het uitgangspunt van de behandeling is dat ongewenst gedrag is aangeleerd en dus ook weer kan worden afgeleerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eenvoudige leerprincipes, zoals belonen en (in mindere mate) straffen. Het voordeel van de behandelwijze is dat in relatief korte tijd goede resultaten geboekt kunnen worden en dat de werkzaamheid doorgaans goed wetenschappelijk is onderzocht. Wanneer in de gedragstherapie, naast het gedrag, ook denkprocessen onderdeel zijn wordt er gesproken van cognitieve gedragstherapie.
|
Â
| Hypnotherapie |
Hypnotherapie is een therapievorm waarbij met behulp van hypnose verandering kan worden verkregen in psychische ervaringen (angsten, stemmingen) en in lichamelijke gevoelens en toestanden (pijn, ziekten e.d.). Hypnose is een toestand van diepe ontspanning waardoor men zich sterk kan concentreren en kan ontdekken hoe klachten en problemen zijn ontstaan, hoe en waar ze precies worden ervaren en hoe men ze vervolgens kan verminderen of oplossen. Hypnotherapie en hypnose worden veel toegepast in de verwerking van trauma’s. De reden hiervoor is dat traumatische herinneringen onder hypnose makkelijker zijn te verdragen en daardoor beter kunnen worden verwerkt. Een hypnotiseur is vaak geen wetenschappelijk opgeleide therapeut. In de psychologie worden vooral de termen hypnotherapie en hypnotherapeut gebruikt.
|
| Identiteitsstoornis |
Psychische aandoening waarbij een patiënt afwisselend twee verschillende identiteiten (= persoonlijkheden = alters) kan aannemen, die elkaars verleden niet lijken kennen. Hierbij treedt ook geheugenverlies (= amnesie) van persoonlijke ervaringen op. Dissociatieve identiteitsstoornis komt vaker samen met één of meer andere psychische stoornissen voor.
|
|
|
| Incest |
Seksueel contact tussen naaste bloedverwanten. Alle gedwongen seksuele contacten door degenen die tot de huiselijke of vertrouwde kring behoren met eigen kind, stief- of pleegkind, of bijvoorbeeld een aan zijn zorg of opleiding toevertrouwde pupil. |
| M.P.S. |
Psychische aandoening waarbij een patiënt afwisselend twee verschillende identiteiten (= persoonlijkheden = alters) kan aannemen, die elkaars verleden niet lijken kennen. Hierbij treedt ook geheugenverlies (= amnesie) van persoonlijke ervaringen op. Dissociatieve identiteitsstoornis komt vaker samen met één of meer andere psychische stoornissen voor. |
| Neurolinguïstisch programmeren (NLP) |
Een van oorsprong psychotherapeutische techniek die tot doel heeft de communicatie te verbeteren. De techniek is ontwikkeld door de Amerikanen Richard Bandler en John Grinder. Bij NLP gaat men ervan uit dat een effectieve communicatie pas mogelijk is wanneer de therapeut 'rapport maakt' met zijn cliënt, dat wil zeggen dat hij zich aansluit bij de manier waarop de cliënt tegen de wereld aankijkt. Als de cliënt bijvoorbeeld visuele beelden gebruikt om gebeurtenissen te beschrijven, zal de therapeut dat ook doen. De bedoeling is dat de cliënt op deze manier het idee krijgt dat hij op dezelfde lijn zit als de therapeut. Het vertrouwen in de therapeut zal daardoor toenemen en de cliënt zal zich openstellen voor de veranderingen die de therapeut voorstelt. De cliënt kan daardoor leren de beperkingen te overwinnen die hij zichzelf oplegt. NLP wordt buiten de hulpverleningssituatie ook gebruikt om de communicatie met klanten te verbeteren. In Nederland en België is NLP met name bekend geworden door coaches die de kracht van positief denken benadrukken.
Neuro verwijst naar ons denken en de neurologische processen die daarmee verband houden. Linguïstisch verwijst naar de taal, de woorden waarmee we betekenis geven aan onze ervaringen. Programmeren heeft betrekking op de patronen die in ons waarnemen, denken en handelen te onderscheiden zijn. NLP gaat in op de verbanden tussen deze drie elementen. Het toont aan dat onze ervaringen niet alleen te maken hebben met onszelf, maar ook met de mensen en de wereld om ons heen door de wijze waarop we waarnemen. NLP gaat over ervaringen en onze belevingen van deze eravringen: onze eigen 'subjectieve werkelijkheid'. Richard Bandler en John Grinder, de grondleggers van de NLP, zochten alleen en uitsluitend naar datgene wat echt werkt en onderzochten daarom excellente sporters, communicatoren, artiesten en sprekers op het specifieke recept dat ze hanteerden. Het resultaat: er zit structuur in succes en zoals muziek vertaald wordt in notenschrift, blijken genialiteit en excellentie te vangen te zijn in heldere, overdraagbare patronen.
|
| Persoonlijkheid |
Een moeilijk te definiëren begrip dat staat voor de eigenschappen van een persoon. Het woord persoonlijkheid stamt af van het Latijnse persona, het masker dat in het Romeinse theater door acteurs gedragen werd om bepaalde effecten te sorteren. Tegenwoordig wordt het begrip gebruikt om iemands essentiële eigenschappen aan te duiden, een betekenis die dus tegengesteld is aan de oorspronkelijke. De persoonlijkheid van iemand is de karakteristieke manier waarop hij denkt en waarop hij de wereld tegemoet treedt. |
|
|
| Persoonlijkheidsstoornis |
Hiervan is sprake als iemand een vaste, starre manier van reageren heeft ontwikkeld op zeer uiteenlopende omstandigheden. Dit is hinderlijk voor de persoon zelf en/of directe omgeving. De stoornis komt aan het licht op veel levensgebieden en ontstaat doorgaans in de kindertijd of adolescentie en blijft voortduren in de volwassenheid. De stoornis maakt als het ware onderdeel uit van iemands karakter, en dit impliceert dat veranderingen niet zo snel zullen optreden. Als de verstoorde manier van reageren op de omgeving op volwassen leeftijd is ontstaan, wordt de voorkeur gegeven aan de term duurzame persoonlijkheidsverandering. Hier kunnen verschillende oorzaken van bestaan, zoals ingrijpende (traumatische) gebeurtenissen, het doormaken van een psychiatrische ziekte of hersenbeschadigingen. Er worden momenteel negen groepen persoonlijkheidsstoornissen omschreven: de ontwijkende, afhankelijke, obsessieve-compulsieve, antisociale, borderline, narcistische, theatrale, paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis en een restgroep persoonlijkheidsstoornissen (niet anderszins omschreven). |
|
|
| Psychotherapeut |
Een psychische reactie die ontstaat na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een gijzeling, oorlog of marteling. De reactie treedt enkele weken of maximaal een half jaar na de stressvolle gebeurtenis op. De persoon is emotioneel afgestompt en onverschillig, en niet meer zo betrokken bij zijn dagelijkse leven. Tevens wordt het gebeurde in zogenaamde ‘flashbacks’ steeds opnieuw beleefd. Bijkomende symptomen kunnen angstaanvallen, neerslachtigheid en slapeloosheid zijn. |
|
|
| Psychotherapie |
Behandeling van patiënten met één of meer psychische klachten die is gebaseerd op psychologische en/of psychiatrische technieken, waarbij de relatie tussen de behandelaar -(klinisch) psycholoog, (psycho)therapeut, (mentale) coach of psychiater- en de patiënt een belangrijke rol speelt. Van al deze behandelaars mogen alleen psychiaters (= medisch specialist) medicijnen voorschrijven. |
| RET |
Rationeel Emotieve Therapie. Een vorm van psychotherapie, ontwikkeld door Albert Ellis. Rationeel is bij hem alles wat bijdraagt tot een groter welzijn en geluk, daarbij rekening houdend met de beperkingen van het menselijk leven. Het irrationele vergroot daarentegen het leed. Volgens Ellis kan ieder mens zelf kiezen tussen rationeel en irrationeel en daarmee zelf beslissen over het eigen geluk. De cliënt leert zichzelf te helpen en rationele keuzes te maken, waarbij de therapeut alleen een opstapje geeft. De gedachte hierbij is dat de cliënt zich uiteindelijk gaat gedragen naar zijn nieuw verworven ideeën. |
|
|
| Ritueel misbruik |
Het systematisch, sadistisch mishandelen van kinderen, volwassenen en dieren in een rituele setting; zowel lichamelijk, emotioneel, geestelijk als seksueel misbruik. |
| Transactionele Analyse |
De Transactionele Analyse is een diagnostisch (onderzoekend) onderdeel uit de gedragstherapie waarbij factoren worden geïdentificeerd die bepaalde klachten, of bepaald gedrag, veroorzaken of instandhouden. TA biedt een praktische, heldere theorie die door iedereen te begrijpen en te herkennen is. Met behulp van de TA en de therapeut kun je je inzicht vergroten hoe je in elkaar zit en hoe je anders met jezelf, situaties en anderen kunt omgaan. Deze methode leert je bijvoorbeeld jouw eigen valkuilen te herkennen en te begrijpen, en reikt je de mogelijkheden aan om uit die valkuilen te blijven. |
|
|
| Trauma |
Een algemene aanduiding voor 1) lichamelijk letsel dat het gevolg is van een ongeluk of geweld, of 2) een psychisch zeer aangrijpende gebeurtenis. |
| Vaginisme |
Er is sprake van een vaginistische reactie als bij pogingen om gemeenschap te hebben de spieren rondom de vagina zich samenknijpen, zonder dat de vrouw dat zelf wil.
|
|