Woensdag 29 januari 2004
Zutphenaar ontkent seksueel misbruik dochter
ZUTPHEN -‘Ik heb haar met geen vinger aangeraakt‘, herhaalde Zutphenaar V.E.H. gisteren voor de rechtbank. H. kwam voor wegens seksueel misbruik van zijn dochter.
Het misbruik en de ontucht zou hebben plaatsgevonden tussen december 1987 en oktober 1994. Eind 2002 deed de nu 23-jarige K. aangifte. Net als bij de politie ontkende H. (42)voor de rechtbank alle, zeer ernstige, ten laste gelegde feiten. ‘Liegen kan ook gedetailleerd‘, zei H.‘s raadsman Wijnveldt over de verklaring van dochter K.
Officier van justitie Buist eiste voor het misbruik en de ontucht een jaar cel onvoorwaardelijk. Buist: ‘Er zijn geen getuigen en is er een ontkennende verdachte. Wel is er een gedetailleerde aangifte, afgelegd in etappes.‘ Hij refereerde aan K.‘s emoties bij het afleggen van haar verklaring, en aan een persoonlijk onderhoud met de vrouw. Namens K., die niet ter zitting was, las Buist een brief voor. Daarin herhaalde ze de beschuldigingen, maakte melding van psychische problemen en zei het leven soms moe te zijn. ‘Ze vindt het gebeurde vreselijk, ze kan ook nog leven zonder straf.‘ Maar de ontkenning maakt alles nog zwaarder, besloot Buist.
Advocaat Wijnveldt vond K.‘s verklaring een ‘onwaarschijnlijk verhaal. ‘Maar achter haar motief zullen we nooit komen.‘ Hij achtte het onmogelijk dat het misbruik plaats zou hebben gehad buiten medeweten van H.‘s vrouw en andere dochter T. H.‘s vrouw leidde aan een vorm van straatvrees en zou niet al te te vaak de woning verlaten hebben. ‘En dochter T. noemt zich een huismus, die de straat niet op te schoppen is. Ze hadden het toch moeten merken?‘ Wijnveldt verwees ook naar verklaringen van beide vrouwen, die niets van de aantijgingen geloven. Misbruik en ontucht op het moment dat de moeder de dagelijkse ommetjes met de hond maakte sloot Wijnveldt gezien de beperkte tijd - tien minuten - uit. ‘Daar ben je een uurtje druk mee‘, doelend op de feiten, waaronder misbruik waarbij dochter K. met een stropdas aan het bed vastgebonden zou zijn.
Waarom zijn dochter tóch zo‘n verhaal vertelde wist H. niet. ‘Er was nooit iets aan de hand.‘ Hij zei wel dat K. veranderd was nadat zij op haar negentiende een abortus had laten plegen. ‘Ze puberde erg. Na de abortus werd zij agressief, met veel uitvallen.‘ H. en familie hebben vanaf eind 2001, toen K. naar buiten trad, vrijwel geen contact meer.
Wijnveldt vulde aan dat K.‘s grootouders sindsdien onverschilligheid bespeurden bij haar. Hij noemde K.‘s contact met de familie gebrekkig, stipte haar recente drugsgebruik aan en trok beweringen van een moeder van een vriendin van K. in twijfel. Die moeder verklaarde dat in 1993 K. voor het eerst tegen haar begon over misbruik. De vrouw en H. lagen elkaar volgens hem nooit. ‘Ik las dat ze altijd al had gedacht dat er iets met K. was en vond dat H. vroeger niet deugde.‘ H. heeft een strafblad wegens onder meer vermogensdelicten. ‘Een gekleurde verklaring dus‘, aldus Wijnveldt. Hij vroeg vrijspraak.
Uitspraak 10 februari.
Copyright: De Stentor