Woensdag 3 november 2004
Eis 3½ jaar wegens verkrachten van dochterZUTPHEN/WEHL - Toen een 40 - jarige Wehlenaar met zijn dochter in Wehl ging wonen, had hij het beste met haar voor. Maar het liep allemaal heel anders.
Op 1 augustus van dit jaar liep het op het zwembad in Wehl helemaal uit de hand. Tussen vader en dochter en haar vriend ontstond een ruzie. Er vielen klappen waarbij ook de badmeester niet werd ontzien. De politie werd ingeschakeld en pakte de man op. En dat leverde vervolgens een poging tot zware mishandeling van een agent op. Gepleegd tijdens de aanhouding.
Er werden verklaringen opgenomen en de dochter deed toen ook aangifte van verkrachting, mishandeling en bedreiging door haar vader. Dat zou een paar maanden eerder zijn gebeurd.
De Wehlenaar stond gisteren voor de meervoudige strafkamer van de Zutphense rechtbank. Hij ontkende de verkrachting van zijn dochter, maar plaatste daar vervolgens zelf weer de nodige vraagtekens bij. "Ik heb dat niet gedaan. Maar als zij zegt dat het wel is gebeurd, dan is het misschien toch wel zo", aldus de man. Wel bekende hij dat hij op zwembad de nodige klappen had uitgedeeld. Volgens de psycholoog en psychiater was er sprake van licht verminderde toerekeningsvatbaarheid. De problemen van de man hadden vooral te maken met zijn alcoholgebruik en het slecht kunnen beheersen van zijn agressie.
Officier van justitie mr. Bordenga vond dat er voldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen. Volgens Bordenga had de man zijn 18-jarige dochter misbruikt en mishandeld. De ernst van de feiten, de ontkennende verdachte en het bijna dertig pagina's tellende strafblad bracht de officier tot een eis van drie jaar en zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Volgens de verdediging had de dochter de verkrachting verzonnen omdat ze regelmatig ruzie met haar vader had gehad. Ook zou de Wehlenaar het maar niks vinden dat zijn dochter met haar vriend in Emmerik ging wonen. Om zijn betoog kracht bij te zetten kwam de raadsman tijdens de zitting met een aantal brieven van familieleden van de verdachte. In de brieven stond dat het slachtoffer tegen familie verteld zou hebben dat het allemaal gelogen zou zijn.
Bordenga beoordeelde de brieven als niet relevant. "Het lijkt te zijn ingegeven door de angst dat een familielid mogelijk langdurig de cel in moet." Ze bleef bij haar eis. De raadsman vond een straf gelijk aan het voorarrest plus een forse voorwaardelijke straf en reclasseringscontact genoeg.
Uitspraak 16 november.Copyright: De Gelderlander