Maandag 7 februari 2005
Verwerkingsgroep voor seksueel misbruikte mannen
7 FEBRUARI 2005 - ZWOLLE - Nog meer dan bij vrouwen is seksueel misbruik voor mannelijke slachtoffers een groot taboe. De slachtoffers dragen vaak vele jaren ‘het grote geheim’ met zich mee. Vrouwelijke slachtoffers zijn veel meer geneigd erover te praten met lotgenoten of vriendinnen. Mannen zijn zo niet - zij zien misbruik als een aantasting van hun mannelijkheid.
FIOM en Riagg Zwolle proberen seksueel misbruik van mannen wel bespreekbaar te stellen en beginnen daarom volgende maand een verwerkingsgroep. Het is de bedoeling dat de groep achttien keer bij elkaar komt, steeds op de woensdagmiddag.
Vertrouwen
Aan de hand van thema’s, (huiswerk)opdrachten en oefeningen komen herkenbare thema’s aan de orde. Gedacht moet dan worden aan overlevingsmechanismen, contacten en relaties, vertrouwen, seksualiteit en identiteit.
Ongeacht of iemand nou man of vrouw is: seksueel misbruik is immer een traumatische ervaring. Omdat seksueel misbruik onder mannen vrijwel altijd gepleegd wordt door andere mannen, worstelt ‘het sterke geslacht’ vaak met zijn seksuele identiteit.
‘Lichamelijke reacties zijn niet altijd onder controle te houden’, zegt Tom Hendriks, wijzend op het krijgen van een erectie terwijl die niet gewenst is. Maatschappelijk werker Hendriks is namens de FIOM gespreksleider. Hij leidt de gespreksgroepen samen met sociaal psychiatrisch verpleegkundige Henny Egberink van het Riagg.
‘Door die lichamelijke reacties gaan mannen aan zichzelf twijfelen en vragen ze zich af of ze homo- dan wel biseksueel zijn. Misbruik is sowieso al een traumatische ervaring. Mannen kunnen een overlevingsstijl gaan creëren. Ze koesteren een wantrouwen ten opzichte van anderen, zoeken hun toevlucht tot drank en/of drugs en kunnen niet omgaan met intimiteit.’
Jeugd
Seksueel misbruik van mannen heeft vrijwel altijd plaats gehad tijdens hun jeugd. Ze zijn het slachtoffer geworden van hun vader, een familielid of -vriend of bijvoorbeeld een buurman.
‘Mannen worden opgevoed met het idee dat ze sterk moeten zijn. Daarom kunnen mannen slecht omgaan met de slachtofferrol. Mannen zijn wel goed in staat hun problemen te parkeren’, stelt Tom Hendriks.
Dat blijkt. Voor de verwerkingsgroep hebben zich tot nu zes mannen aangemeld en in alle gevallen gaat het om veertigers en vijftigers. ‘Op die leeftijd komen mannen tot de constatering dat het probleem niet weg gaat. Mannen hebben zoiets van: als je er niet over praat, gaat het vanzelf weg. Maar dat doet het dus niet.’
Mannen zijn niet zo snel met verwerken
Tijd en cultuur spelen volgens maatschappelijk werker Tom Hendriks van de FIOM een nadrukkelijke rol. In de jaren dat de veertigers en vijftigers van nu jong waren, werd homoseksualiteit onderdrukt. Je kwam er niet voor uit. Dan was het vaak ‘eenvoudiger’ om je dan maar aan een jongere te vergrijpen.
‘De twintigers van nu zijn met een heel andere cultuur opgegroeid.’ Dat betekent volgens Hendriks niet dat seksueel misbruik van mannen een gemakkelijk gespreksonderwerp is. ‘Er is een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke slachtoffers. Vrouwen ontwikkelen veel nadrukkelijker een wij-gevoel, maken het bespreekbaar met vriendinnen en lotgenoten. Mannen zeggen het niet zo belangrijk te vinden, ook omdat ze het moeilijk vinden om gevoelige onderwerpen op tafel te leggen. Mannen zijn niet zo snel met verwerken.’
Deelname aan de verwerkingsgroep kan volgens Hendriks leiden tot onderlinge herkenning én erkenning. ‘Het kan ervoor zorgen dat ze er meer mee kunnen omgaan. Het biedt verlichting en daarmee kom je verder. Inzicht kan leiden tot verandering.’
Aanmelden
Voor de op woensdag 2 maart (15.30 tot 17.30 uur) te beginnen verwerkingsgroep van FIOM en Riagg kunnen mannen zich nog aanmelden. Het project richt zich op mannen in West - Overijssel inclusief Deventer, Zuidwest - Drenthe, Flevoland en het deel van Gelderland tot Apeldoorn. Informatie en aanmelden bij Tom Hendriks van FIOM Zwolle, 038 - 4218681 of Henny Egberink van Riagg Hardenberg, 0523 - 280280.
Aan een eventuele deelname gaat een intakegesprek vooraf. Deelnemers moeten voorts een verwijzing van hun huisarts hebben, tenzij daar gegronde bezwaren tegen bestaan.
Copyright: De Senator