Woensdag 9 november 2005
Praten over incest helpt; huilen ook
- Nog steeds breken hun stemmen en vloeien hun tranen. Ook al is ‘het’ al jaren en jaren geleden gebeurd. „Wij hebben levenslang.“
Daarom probeert de stichting Lotgenoten Incest Slachtoffers (LIS) steeds meer slachtoffers te bereiken en te helpen.
De landelijke stichting hield zaterdag in Theater De Schuur in Zevenbergen haar vijfde, jaarlijkse Lotgenotendag. Twintig mensen, incestslachtoffers en hun partners, kwamen er op af. „En dat moeten er dus meer worden. Want er zijn zoveel meer mensen in Nederland die slachtoffer van incest zijn“, zegt Ruud Pruyssers, voorzitter van de stichting.
Pruyssers richtte LIS zes jaar geleden op. „Mijn toenmalige vrouw was een incestslachtoffer. Ik ben op internet gaan zoeken naar informatie, maar kwam op sites terecht waar ik helemaal niet wilde wezen.“ Daarop zette hij de website http://www.st-lis.nl in elkaar. Na een aantal jaar groeide de website uit tot een stichting.
„We willen de slachtoffers uit de anonimiteit halen. Incest is iets waar je niet over praat, niemand mag weten dat je er mee te maken hebt gehad. Maar praten helpt juist.“
Dat zeggen de slachtoffers zelf ook. Al kost het hen veel, heel veel moeite. De meeste aanwezige slachtoffers zijn vrouwen van, inmiddels, middelbare leeftijd.
En het heeft lang geduurd voordat ze konden praten over wat er is gebeurd. Er gingen vaak opnames in psychiatrische inrichtingen aan vooraf.
Ook is er een meisje dat al voor de vijfde keer op de lotgenotendag is. Pruyssers: „De eerste keer dat ze hier was ging gepaard met heel veel traantjes. Had ze buikpijn.“ „Ja“, zegt het meisje. „Het was heel confronterend.“
De lotgenotendagen zijn vooral bedoeld om slachtoffers met elkaar te laten praten. Gesprekken waarin emoties steeds weer toeslaan en de tranen vrijelijk vloeien. Het zijn geen gesprekken over wat er ‘toen’ gebeurd is, maar over wat nu de gevolgen zijn. Over de dagelijkse flashbacks, over het gebrek aan vertrouwen in mensen, over de moeite met het aangaan van vriendschappen, over het jezelf niet meer aan een man kunnen geven. En over het jezelf dik eten zodat je een lichaam krijgt waar toch niemand meer aan wil zitten. En over wat er dan gebeurt als je weer gaat afvallen. „Ik ben nu 38 kilo kwijt, krijg langzaamaan mijn slanke lichaam van toen terug en opeens komt er in mijn hoofd weer heel veel los.“
Marieke Curtius, geestelijk verzorger bij het Amphia ziekenhuis in Breda en Oosterhout, is gast-gespreksleider. „Er zijn zo veel mensen die dit soort ervaringen hebben. Maar die zijn niet hier. Ik heb liever dat ze wel hier zijn en er over praten. Praten helpt erbij om verder te kunnen gaan.“
Het thema van de dag is ‘binding en loslaten’. De binding die er was (en is) met de dader en het loslaten daarvan. „Ik had een gedwongen binding met de dader, mijn vader. Gelukkig kwam de dood ertussen. Het was voor mij een feestdag.“ Soms is een groepssessie even iets te heavy. Bijvoorbeeld als Pruyssers (geen professioneel therapeut, maar een afgekeurde brandweerman) praat over de band tussen dader en slachtoffer en dat wil uitbeelden met behulp van een touw.
Alleen al de aanblik van een touw wordt een van de slachtoffers al te veel. De vrouw die net nog zo moedig praatte over haar leven, loopt nu naar buiten.
Pruyssers: „Soms ‘trigger’ je mensen door iets te gebruiken. Dat weet je niet van tevoren. Nu was het een touw, het zou ook een bepaalde kleur of geur kunnen zijn geweest. Het is dan wel even heavy, maar je confronteert mensen wel met hun eigen blokkade.“
Bron: BN de Stem