Zaterdag 4 januari 2005 
'Slachtoffers incest denken dat zíj gek zijn en niemand hetzelfde ervaart'
 

Vrouwen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik vinden het moeilijk daarover te praten. Vaak zwijgen ze jarenlang over wat hen is aangedaan. Ze schamen zich of zijn bang dat ze de schuld in de schoenen geschoven krijgen. Soms lopen ze ook tegen een muur van onbegrip aan. Maar opkroppen is slecht en kan later tot problemen leiden. Praten biedt steun en daarom begint het algemeen maatschappelijk werk Opmaat dit jaar weer een praatgroep voor vrouwen met incestervaring.


Dordrecht - ,,Er is voor slachtoffers van incest moed nodig om over de drempel te stappen en aan de gespreksgroep mee te doen. Veel mensen vinden het al moeilijk genoeg om bij de hulpverlening aan te kloppen, laat staan dat ze er met anderen, al zijn het lotgenoten, over praten. Maar praten helpt, echt!'' Margreet de Jonge van thuiszorgorganisatie Opmaat spreekt uit ervaring. ,,Ik heb inmiddels acht groepen geleid en er is nog nooit iemand geweest die achteraf spijt had dat ze heeft deelgenomen.''

De gespreksgroep moet niet worden gezien als therapie, waarschuwt De Jonge. ,,Nee, eerder als iets waarbij de deelnemers in de anderen veel zullen erkennen en herkennen. De meeste slachtoffers denken dat zíj gek zijn en dat niemand anders hetzelfde ervaart. Echter, als ze eenmaal in gesprek raken met lotgenoten, zien ze dat zij niet de enige zijn. Als je van een ander ziet dat het diens schuld niet is geweest, dan opent dat ook jouw ogen. Het geeft je dan inzicht in je eigen situatie en op dat moment dringt het tot je door dat het niet jouw schuld was dat je bent misbruikt. Het is ook belangrijk dat de deelnemers van elkaar zien dat het allemaal gewone vrouwen zijn die het is overkomen.''



Copyright: Rotterdams Dagblad

Terug