Zaterdag 21 oktober 2006 
Taakstraf geëist voor incest


NUNSPEET/ZUTPHEN - De 26-jarige G.C. van D. uit Nunspeet mocht dan verliefd zijn geworden op zijn zusje: hij had beter moeten weten en geen seksuele omgang met het.
vijftienjarige meisje moeten hebben.


Dat hield de officier van justitie de Nunspeter gisteren voor, tijdens de behandeling van zijn zaak voor de rechtbank in Zutphen. Het meisje was voor de tweede keer binnen enkele jaren slachtoffer geworden van seksueel misbruik door een familielid. Eerder had haar vader zich schuldig gemaakt aan incest en die is daar ook voor veroordeeld. Tegen Van D. eiste de officier voor ontucht met zijn minderjarige zus een taakstraf van 240 uur met erbij een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Tussen broer en zus bestond al langer een bijzondere band, zo kwam tijdens de rechtszitting naar voren. Van D. werd verliefd op zijn zus en had tussen september 2003 en mei 2004 een aantal malen seksueel contact met haar. Hij woonde in die tijd bij zijn grootvader, waar het meisje hem geregeld opzocht.

Tijdens de zitting van gisteren werd duidelijk dat ze de seksuele toenaderingen van haar broer niet op prijs stelde, maar zich niet fysiek tegen hem verzette. Want ze hield immers ook van haar broer, schetste de officier haar dilemma.

Het slachtoffer was gisteren bij de rechtszitting aanwezig en maakte in een persoonlijke verklaring duidelijk hoezeer de kwestie haar heeft geraakt. Na misbruikt te zijn door haar vader, was het gedrag van haar broer een nieuwe slag die ze te verwerken kreeg, gaf ze aan. Ze beschreef dat haar toekomstdromen aan diggelen liggen en hield haar broer voor dat hij geen besef heeft van wat hij heeft aangericht, dat ze nu nog minder goed mensen kan vertrouwen en dat bij haar de angst leeft om telkens weer gekwetst te worden.

Het meisje heeft pas in een later stadium aangifte gedaan tegen haar broer, nadat vriendinnen van de kwestie weet hadden gekregen.

Van D. erkent dat hij verkeerd heeft gehandeld. Wel werd duidelijk dat hij het erg betreurt dat de kwestie nu alsnog naar boven is gehaald. Van D. zei de voorkeur te geven aan een financiële straf boven een werkstraf, omdat hij dan op financieel gebied iets voor zijn zus kan betekenen. Mogelijk krijgt hij daarvoor toch wel de gelegenheid, want de officier van justitie eist de toewijzing van een vordering van het slachtoffer van ruim 3.000 euro.

De rechtbank doet op 3 november uitspraak.



Copyright: Destentor

 

Terug