Zaterdag 11 februari 2006
Eis: vijf jaar voor misbruik stiefdochter
Zaterdag 11 februari 2006 - BREDA/ROOSENDAAL – Vijf jaar gevangenisstraf heeft officier van justitie W. Kupers geëist tegen een 45-jarige Roosendaler, die een langdurige seksuele relatie had met zijn minderjarige stiefdochter. De tiener heeft een zoontje van hem gekregen. Hoewel de officier van justitie de overtuiging heeft dat er dwang en geweld aan de seks te pas zijn gekomen, kan hij het overtuigende bewijs daarvoor niet leveren. Vandaar dat hij R.M. geen meermalen gepleegde verkrachting in de schoenen schuift, maar ontucht met een minderjarige.
Volgens M. is er sprake geweest van een liefdesrelatie met de dochter van zijn toenmalige vrouw, en kwam de liefde van twee kanten. Toen zijn ex uit huis vertrok – ze kon het niet meer aan – bleef haar inmiddels zwangere dochter bij hem achter. Na een paar maanden lichtte ook zij van de ene op de andere dag haar hielen, en hoorde M. niks meer. De geboorte van zijn zoon heeft hij niet mee mogen maken.
De ontucht duurde van januari 2003 tot eind september 2004. Bijna een jaar later deed de tiener aangifte tegen haar stiefvader. Hij zou de seks intimiderend en agressief hebben afgedwongen.
Volgens M., die inmiddels een halfjaar vastzit, is de aangifte onzuiver en slechts onder druk van de moeder en haar nieuwe vriend tot stand gekomen. „Om mij een loer te draaien. Mijn ex wist dat ik knettergek op haar dochter was.“
Drie getuigen liet advocaat R. Temmen gisteren opdraven, die allen gewag maakten van de bijzondere, aardige en liefdevolle verstandhouding die de vader met zijn stiefdochter had. Van angst, dwang of geweld hebben zij nooit iets gemerkt.
„Een perfecte relatie“, omschreef een van hen. Geen van drieën wisten ze aanvankelijk dat er ook sprake was van een seksuele band. Pas toe het meisje flink zwanger was, maakte M. dat bekend.
Ook al zou er geen sprake zijn geweest van dwang en geweld, de wetgever verbiedt seks van meerderjarigen met minderjarigen. „Van kinderen moet je afblijven, zegt de wet. Die bescherming is noodzakelijk. Het feit dat het meisje een kind heeft gekregen, maakt dat zij altijd verbonden zal blijven met degene die haar over een langere periode twee tot vier keer per week heeft misbruikt. Haar leven is voor een belangrijk deel verwoest, en dat geldt ook voor het kindje dat later zal beseffen uit misbruik geboren te zijn“, moest de officier van het hart.
Hij ziet het nut van het opleggen van een voorwaardelijk deel van de straf niet in, omdat M. naar zijn mening behandeling niet nodig vindt. „De motivatie daarvoor komt niet uit hem zelf. Als ik een voorwaardelijk deel van de straf zou vragen, ben ik gebonden aan een eis van maximaal drie jaar. Een kunstgreep, waar ik niks voor voel.“
De raadsman schrok van de eis. Hij vindt zes maanden cel gelijk aan het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf voldoende, met een therapie in de proeftijd onder toezicht van de reclassering.
Hij vroeg onmiddellijke opheffing van de voorlopige hechtenis, maar daarvoor voelde de rechtbank niets. Uitspraak over twee weken.
Copyright: BN de Stem