Maandag 21 april 2008
Incestverdachte doet aangifte tegen rechercheurs
 

UTRECHT - De advocaat van de 54-jarige incestverdachte Maarten H. doet aangifte tegen twee zedenrechercheurs van de regiopolitie Utrecht. Raadsman John Peters beschuldigt de politiemensen ervan dat ze de verklaringen van het vermoedelijke slachtoffer, H.'s dochter, bewust hebben gemanipuleerd.

‘Ze hebben belastend bewijsmateriaal gecreëerd op een wijze die ontoelaatbaar is’, benadrukt de advocaat. H. stond maandag terecht voor het jarenlang en stelselmatig misbruiken en verkrachten van zijn dochter. Volgens die dochter gebeurde dat vanaf het moment dat ze acht jaar oud was.

De vader werd vorig jaar op 19 februari opgepakt en zat vervolgens vijf maanden in voorarrest. Hij heeft de incest altijd ontkend.

‘De twee rechercheurs hebben de kluit ernstig belazerd’, benadrukt Peters. ‘Ze hebben hun verantwoordelijkheden en plichten absoluut niet in acht genomen en daarmee zeker de verplichting van de waarheidsvinding in deze zaak ernstig geweld aangedaan.’

Peters kwam hier pas toevallig achter, nadat hij na lang aandringen een rapport van de deskundige W. Wagenaar te lezen kreeg. De wetenschapper concludeerde na het beluisteren van de geluidsbanden van het verhoor van de dochter van H., dat die opnamen niet overeen kwamen met de uitgewerkte processen-verbaal van de rechercheurs.

Er werden namelijk fragmenten door de twee rechercheurs geformuleerd en niet spontaan door de dochter van H. verklaard, zoals de politiemensen hadden opgeschreven. Die werkwijze is volgens Wagenaar niet goed voor de betrouwbaarheid van de verklaring. De gebruikte methode gaat ook in tegen de geldende richtlijnen voor de opsporing in zedenzaken.

Volgens officier van justitie D. Terporten hebben de rechercheurs niet ‘uit kwade wil’ gehandeld. Het probleem was dat de dochter telkens dichtklapte als ze zelf moest vertellen over wat er was gebeurd.

Los van de verklaring van de jonge vrouw, is er geen direct bewijs tegen H. Ook de manier waarop de omstreden verklaring tot stand is gekomen, was niet optimaal, gaf de aanklaagster maandag toe.

Daarom concludeerde ze dat er uiteindelijk te weinig bewijs is voor een veroordeling. Terporten vroeg de rechtbank daarom ook om H. vrij te spreken. De rechters hebben aangekondigd vrijdag vervroegd uitspraak te doen.

H. vertelde in zijn laatste woord dat hij niet weet uit te drukken wat er na de aangifte van zijn dochter met hem en zijn gezin is gebeurd. ‘Ik vind het erg voor iedereen, ook voor haar’, zei hij doelend op zijn dochter. ‘Ik heb het echt niet gedaan, maar alles is kapot gemaakt. Ik durf de straat niet meer op. Alles dankzij die onterechte aanklacht.’



 

Copyright: Volkskrant

 

Terug