Vrijdag 25 april 2008
Vrijspraak voor incestverdachteEen 54-jarige man uit de gemeente Utrechtse Heuvelrug die van incest werd verdacht, is door de rechtbank Utrecht vrijgesproken. Volgens de rechtbank is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de man te kunnen veroordelen. In het dossier bevonden zich slechts de aangiftes van de dochter van de verdachte en de verklaringen van de verdachte zelf, die het misbruik ontkent. Direct ondersteunende bewijsmiddelen ontbraken.
De verklaringen van het vermeende slachtoffer zijn door de rechtbank bovendien met extra voorzichtigheid bekeken. Deskundigen constateerden dat de aangeefster mogelijk aan een persoonlijkheidsstoornis lijdt. Daardoor kan een onware aangifte niet worden uitgesloten. De rechtbank was daarom, evenals de officier van justitie, van mening dat de verdachte moest worden vrijgesproken.De rechtbank kon zich niet vinden in het betoog van de raadsman van de verdachte, die vond dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De raadsman stelde dat er sprake was van doelbewuste schending van een eerlijke rechtspleging, omdat politieambtenaren van de zedenrecherche bewust belastend bewijsmateriaal gecreëerd zouden hebben en bewust "de zaak belazerd zouden hebben". Dit omdat de verklaringen die zijn opgeschreven, niet overal overeenkomen met de beschikbare opnames. Bovendien bevestigde de aangeefster voornamelijk zaken die de verbalisanten voorlazen. De rechtbank erkende dat de aangifte op een ongewenste manier tot stand is gekomen, maar zag geen reden om het OM niet-ontvankelijk te verklaren, omdat ,, deze wijze van totstandkoming van de aangifte enkel en alleen het gevolg is geweest van de grote moeite die aangeefster had om haar verhaal in één keer spontaan , zonder gebruik van geheugensteuntjes of andere hulpmiddelen te doen. Dit laatste bleek voor aangeefster onmogelijk en daarmee heeft de politie naar het oordeel van de rechtbank "moeten roeien met de riemen die zij had".
Copyright: Rechtbank Utrecht