Woensdag 4 juni 2008
Aangifte tegen rechercheurs zedenzaak

UTRECHT - Advocaat John Peters heeft namens de in april vrijgesproken incestverdachte M.H. aangifte gedaan tegen de zedenrechercheurs die zijn zaak hebben onderzocht. De betrokken politievrouwen worden beschuldigd van valsheid in geschrifte.

Tijdens het proces tegen H. concludeerde deskundige Willem Wagenaar dat de betrokken rechercheurs de verklaring van de vermoedelijk misbruikte dochter niet juist hadden weergegeven. Wagenaar stelde vast dat de rechercheurs zelf de fragmenten van de verklaringen van de dochter formuleerden, in plaats van het vermeende slachtoffer spontaan te laten vertellen. Die werkwijze gaat in tegen de geldende richtlijnen in zedenzaken.

H. werd uiteindelijk vrijgesproken van het jarenlang seksueel misbruiken van zijn dochter. Volgens de rechtbank in Utrecht was daarvoor onvoldoende bewijs. Het enige bewijs dat er lag, waren de verklaringen van het vermeende slachtoffer.

Volgens Peters hebben de rechercheurs de getuigenissen van de dochter bewust gemanipuleerd. Peters: „Ze hebben belastend bewijsmateriaal gecreëerd op een ontoelaatbare manier. Met alle vreselijke gevolgen voor mijn cliënt van dien.”

Officier van justitie D. Terporten benadrukte tijdens de behandeling van de rechtszaak dat de politievrouwen niet „uit kwade wil” hebben gehandeld. Het probleem in deze zaak was volgens haar, dat de dochter telkens dichtklapte als ze zelf moest vertellen over wat er was gebeurd.

De politie arresteerde de vader vorig jaar op 19 februari. Daarna zat de man vijf maanden in voorarrest. Hij zou zijn dochter vanaf haar achtste jaar hebben misbruikt. H. heeft de incest altijd ontkend.

Copyright: Telegraaf

 

Terug