Vrijdag 20 maart 2009
DNA van foetus als bewijsDEN HAAG - Het ministerie van Justitie onderzoekt of DNA-materiaal van geaborteerde foetussen kan worden gebruikt om incest op te sporen.
Dat heeft een woordvoerder van het departement tegenover deze krant laten weten.
De Amsterdamse oud-huisarts Nizaar Makdoembaks voert al enige tijd campagne om DNA van foetussen bij abortus te bewaren. Zijn pleidooi wordt gesteund door maatschappelijk werkers en zedenadvocaten. Het bewijzen van incest is lastig. Het is nu vaak het woord van het slachtoffer tegenover dat van de verdachte.
Met DNA-materiaal van de abortus komt onomstotelijk vast te staan of de beschuldigde vader, stiefvader of oom het slachtoffer destijds zwanger heeft gemaakt. De bewijskracht van zo'n DNA-monster is 'overweldigend',
Een chemicus analyseert DNA-materiaal. Hulpverleners willen
dat er DNA-materiaal van de foetus wordt opgeslagen na abortus.zegt zedenadvocaat Richard Korver. Olga Loeber, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen, schat dat jaarlijks enkele tientallen minderjarige slachtoffers van incest een abortus ondergaan. In 2007 werden in totaal 4350 abortussen bij tieners uitgevoerd.
Loeber vindt het afnemen van DNA bij iedere minderjarige die de zwangerschap laat afbreken wel een erg rigoureuze stap. Incest betreft maar een hele kleine groep. "Dat is evengoed erg, maar het heeft geweldige consequenties om van alle minderjarigen bij een abortus een DNA-monster van het vruchtzakje te nemen." Het gebeurt nu al een enkele keer bij vrouwen die verkracht zijn, mogelijk aangifte willen doen en er toestemming voor hebben gegeven. Een DNA-sample wordt dan door de politie naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd. Om er zeker van te zijn dat het DNA afkomstig is van het vruchtmateriaal van de verkrachte vrouw, moet ook de zedenpolitie in de kliniek aanwezig zijn als de abortus plaatsvindt. De Rutgers Nisso Groep noemt de DNA-bank 'geen wenselijke oplossing'.
Copyright: BN de Stem