De rol van het openbaar
ministerie
Het is de officier van justitie die beslist of de verdachte wel of
niet vervolgd wordt. De officier
heeft drie mogelijkheden.
• Ten eerste kan hij besluiten niet tot
vervolging over te gaan. Dit heet een ‘sepot’.
• Ten tweede kan hij in bepaalde gevallen de verdachte een schikking
(‘transactie’)
aanbieden.
• Ten derde kan hij de verdachte vervolgen. Dit betekent dat hij de
zaak voor de rechter zal
brengen.
Wees erop bedacht dat de officier zich
louter door juridische en zakelijke overwegingen laat
leiden bij de keuze uit de drie voornoemde mogelijkheden.
Zolang de officier van justitie de zaak in behandeling heeft, kan het
slachtoffer een persoonlijk
gesprek met hem aanvragen. Ook kan informatie ingewonnen worden bij het
Slachtofferinformatieloket van het parket van de officier van justitie.
Sepot
De officier van justitie kan besluiten om de verdachte niet te
vervolgen: de zaak wordt geseponeerd.
Meestal gebeurt dit omdat hij vindt dat er onvoldoende bewijs is. De
officier
neemt dan aan dat de rechter het bewijs niet voldoende zal vinden om tot
een veroordeling
te komen.
Tegen het besluit om niet te vervolgen kan het slachtoffer bezwaar
aantekenen bij het
gerechtshof. Adressen van de gerechtshoven zijn op te vragen bij de
afdeling In- en externe
communicatie van het ministerie van Justitie, telefoon 070 – 370 68 50.
Dien een bezwaarschrift zo snel mogelijk in, liefst binnen drie maanden
na het sepot. Het is
aan te raden dit te doen met hulp van een advocaat of een medewerker van
een Bureau voor
Rechtshulp.
Schikking (transactie)
Een schikking komt neer op seponeren onder voorwaarden. De officier
van justitie ziet af van
verdere rechtsvervolging, als de verdachte bijvoorbeeld een
schikkingsbedrag betaalt of de
schade van het slachtoffer vergoedt. Andere voorwaarden zijn eveneens
mogelijk: de verdachte
kan gevraagd worden mee te werken aan een therapie.
Ook in het geval van een schikking kan bezwaar aangetekend worden bij
het gerechtshof. De
hulp van een advocaat of een medewerker van een Bureau voor Rechtshulp
is bij het opstellen
van zo’n bezwaarschrift wenselijk.
Gerechtelijk vooronderzoek
Het kan zijn dat de officier van justitie een nader onderzoek nodig
vindt, voordat hij een
beslissing over verdere stappen kan nemen. Hij laat dan een gerechtelijk
vooronderzoek verrichten
door een rechter-commissaris. De rechter-commissaris heeft meer
bevoegdheden dan
de politie, waardoor meer feiten boven water kunnen komen. Dat kunnen
feiten zijn die vóór
of tegen de verdachte pleiten.
De rechter-commissaris kan het slachtoffer oproepen als getuige om
vragen te beantwoorden.
Het is wettelijk verplicht aan deze oproep gehoor te geven. Tijdens het
verhoor door de
rechter-commissaris kan het slachtoffer nog dingen vertellen die tijdens
de aangifte bij de
politie niet genoemd zijn, bijvoorbeeld omdat ze pas later te binnen
schoten. In zeer uitzonderlijke
omstandigheden kan het verhoor onder ede plaatsvinden. Dit gebeurt
alleen wanneer
het slachtoffer niet op de terechtzitting kan verschijnen en zijn of
haar aanwezigheid wél vereist
is.
Meestal is de advocaat van de verdachte tijdens het verhoor door de
rechter-commissaris aanwezig.
Ook hij mag het slachtoffer vragen stellen. Verder is er een griffier,
die een verslag van
het verhoor maakt, dat na afloop door het slachtoffer ondertekend moet
worden. Via de griffier
loopt ook het verzoek om een vriend(in) mee te nemen naar het verhoor.
Hiervoor is altijd
de toestemming van de rechter-commissaris vereist.
Vervolging
Wanneer de officier van justitie besluit dat er voldoende
aanknopingspunten zijn, zal hij tot
vervolging over gaan. Namens de Staat zal hij de verdachte aanklagen en
voor de rechter
brengen. Hij treedt dus niet namens het slachtoffer op: die is geen
partij in het proces en
heeft dus ook geen advocaat nodig. Uiteraard kan het slachtoffer, indien
hij of zij daar prijs
op stelt, zich wel door een advocaat laten bijstaan.
Bron: Ministerie van Justitie