








 |
Rol van de
Politie
Slachtoffers van seksueel geweld kunnen op het politiebureau
terecht om te vertellen wat er
gebeurd is. Dit betekent niet dat er per se aangifte gedaan hoeft te
worden. De politie heeft
mede tot taak om een slachtoffer goed op te vangen.
In principe maakt een informatief gesprek altijd deel uit van de opvang
door de politie. In dit
gesprek vertelt ze onder meer over de juridische mogelijkheden en de
vereisten voor het doen
van een melding of aangifte. Ook beschikt de politie over adressen in de
regio waar het
slachtoffer hulp kan krijgen.
Behalve het doen van aangifte bestaat de mogelijkheid een melding te
doen van het
gebeurde. Welke keuze ook wordt gemaakt, het belangrijkste is dat het
slachtoffer er zélf
helemaal achter staat.
Melding
Bij een melding van seksueel geweld wordt er door de politie geen
proces-verbaal opgemaakt.
Dit betekent dat het vervolg, een politie-onderzoek, achterwege blijft.
Er vindt dus ook geen
strafrechtelijke vervolging van de dader plaats.
Een melding kan ook door iemand anders dan het slachtoffer worden
gedaan. Het is bovendien
mogelijk een anonieme melding te doen: het is namelijk niet verplicht om
naam en
adres van het slachtoffer op te geven.
Voor de politie is het belangrijk dat seksueel geweld in ieder geval
gemeld wordt. Deze informatie
kan van belang zijn, als er andere aangiften of meldingen over dezelfde
verdachte bij
de politie binnenkomen.
Aangifte
In het geval van aangifte van seksueel geweld stelt de politie hiervan
een verklaring op,
die door het slachtoffer moet worden ondertekend. Op basis van deze
verklaring wordt een
proces-verbaal opgemaakt. Voor het politie-onderzoek is het belangrijk
dat het slachtoffer zo
veel mogelijk details vertelt van wat er is gebeurd. De rechercheur zal
erom vragen. Het kan
soms lastig zijn daarop te antwoorden. Toch is dat nodig.
Aangifte doen betekent overigens niet dat het slachtoffer op iedere
vraag hoeft in te gaan.
Zo zijn vragen over het seksleven en de partners van het slachtoffer uit
den boze. Die zijn
namelijk niet van belang voor het bewijs.
Nadat de politie de verklaring heeft opgesteld, krijgt u de tijd om de
tekst nog eens rustig
door te lezen en waar nodig aan te vullen, alvorens deze te
ondertekenen.
Verjaringstermijn
Voor de bewijsvoering is het het beste dat er zo snel mogelijk
aangifte wordt gedaan. De
dader kan nog in de buurt zijn en er zijn misschien nog sporen. Maar het
heeft zeker ook zin
om aangifte te doen lange tijd na het gebeurde. Vooral slachtoffers van
incest hebben soms
jaren nodig voor ze aangifte kunnen of durven doen.
Slachtoffers van seksueel geweld kunnen nog jaren na het gebeurde
aangifte doen. De termijn
is bij aanranding twaalf jaar en bij verkrachting vijftien jaar.
Een minderjarige heeft nog meer tijd om aangifte te doen. De
verjaringstermijn begint pas te
lopen op het moment dat het slachtoffer achttien jaar is geworden. De
termijn is vanaf dat
moment weer twaalf jaar voor aanranding en vijftien jaar voor
verkrachting.
Op deze termijnen geldt één uitzondering. Wanneer de aanrander of
verkrachter op het
moment van het plegen van het delict jonger is dan achttien jaar, dan
wordt de verjaringstermijn
met de helft bekort. Voor aanranding is de termijn in dat geval zes jaar
en voor
verkrachting zevenenhalf jaar.
Welk politiebureau?
In principe moet de aangifte plaatsvinden bij de politie in de
gemeente waar het delict is
gepleegd. Op een aantal politiebureaus bestaat een gespecialiseerde
afdeling Jeugd- en
Zedenzaken. Daar werken rechercheurs die regelmatig te maken hebben met
slachtoffers van
seksueel geweld. Op een bureau zonder zo’n speciale afdeling zijn echter
ook agenten aanwezig
die deskundig zijn in het opvangen van slachtoffers van seksueel geweld.
Het kan zijn
dat deze op dat moment niet op het werk aanwezig is. Daarom is het
raadzaam van tevoren
te bellen om een afspraak te maken. Dit voorkomt de eventuele
teleurstelling dat je niet
direct geholpen kunt worden en op een later tijdstip moet terugkomen.
Maak bij de balie in het kort duidelijk waarover het gaat. Bijvoorbeeld
door te zeggen: “Ik wil
aangifte doen van seksueel geweld.” Of: “Ik wil praten over iets wat met
seksueel geweld te
maken heeft.”
Een vriend of vriendin meenemen mag altijd. Ook is het mogelijk dat het
gesprek met de
politie bij het slachtoffer thuis plaatsvindt in plaats van op het
politiebureau.
Vrouwelijke politie-ambtenaar
Sommigen geven er de voorkeur aan om met een vrouwelijke
politie-ambtenaar te spreken
over het seksueel geweld dat hen is aangedaan. Die mogelijkheid bestaat.
Wanneer er op een bepaald tijdstip geen vrouwelijke rechercheur is die
dienst heeft, kan de
politie misschien regelen dat zij alsnog komt. Als er op het bureau geen
vrouwelijke rechercheur
werkzaam is, heeft het slachtoffer het volste recht om naar een ander
bureau te gaan.
Het politie-onderzoek
Na de aangifte begint het politie-onderzoek. De recherche gaat op zoek
naar bewijsmateriaal.
Hiervoor kan de medewerking van het slachtoffer worden gevraagd. Als een
onderzoek als te
aangrijpend wordt ervaren, mag deze medewerking weigeren.
Bewijsmateriaal
Bij het vergaren van bewijsmateriaal zal de politie vooral baat hebben
bij informatie uit
medisch onderzoek, verklaringen van getuigen en aanvullende
bewijsstukken.
Informatie verkregen uit medisch onderzoek is belangrijk. Gegevens uit
zo’n onderzoek mogen
alleen voor het politie-onderzoek gebruikt worden, als het slachtoffer
hiervoor schriftelijk toestemming
heeft gegeven (zie ook pagina 6 onder ‘Medisch onderzoek’).
Voor de bewijsvoering kunnen ook allerlei andere bijzonderheden van
belang zijn, zoals scheuren
in de kleding, (politie)foto’s van het opgelopen letsel en bloed- en
spermavlekken. Stop
kleding die als bewijsmateriaal kan dienen, nooit in een afgesloten
plastic zak. Als er geen
lucht bijkomt, kunnen bloed- en spermavlekken namelijk onbruikbaar
worden voor onderzoek.
Ook verklaringen van getuigen die iets gezien of gehoord hebben, zijn
waardevol. Meestal
waren er op het moment zelf geen getuigen. Daarom zijn getuigen die het
slachtoffer kort ná
het gebeurde hebben gezien of gesproken, ook belangrijk.
Verloop van het onderzoek
Indien het slachtoffer er prijs op stelt, wordt hij of zij door de
politie op de hoogte gehouden
van het verloop van het onderzoek. Toch kan het gebeuren dat de politie
na de aangifte
lange tijd niets van zich laat horen. Dit betekent geenszins dat de
politie niets met de aangifte
doet. Wanneer je als slachtoffer meer wilt weten over het verloop van
het onderzoek, informeer
dan bij de behandelend rechercheur hoe de zaak er voor staat.
Het is mogelijk dat de recherche het onderzoek niet rond krijgt,
bijvoorbeeld omdat de dader
niet opgespoord kan worden, of omdat er onvoldoende bewijsmateriaal te
vinden is.
Waarschijnlijk besluit de politie dan om de zaak te laten rusten. Dit
wil dus niet zeggen dat
de politie het slachtoffer niet gelooft. Ze gaat er in principe vanuit
dat het verhaal waar is,
maar ze kan hiervoor geen of te weinig juridische bewijs leveren. In dat
geval komt het niet
tot een rechtszaak. Als het slachtoffer daarover een andere mening
heeft, kan hij of zij dit
kenbaar maken bij de behandelend rechercheur, bij diens chef of in
laatste instantie bij de
officier van justitie.
De verdachte
In veel gevallen is de dader een bekende van het slachtoffer. Als de
dader een onbekende is,
kan de politie vragen foto’s van mogelijke verdachten te bekijken en een
signalement van de
dader te geven. Nadat de vermoedelijke dader is aangehouden, wordt het
slachtoffer vaak
verzocht naar het bureau te komen om te kijken of het de verdachte
herkent. Dit gebeurt met
een confrontatiespiegel, een spiegel waar aan één kant doorheen gekeken
kan worden: het
slachtoffer ziet wel de verdachte, maar de verdachte ziet alleen zijn
eigen spiegelbeeld.
Afronding van het onderzoek
In sommige gevallen maakt de politie de inschatting dat er
onvoldoende bewijs is voor een
veroordeling van de verdachte. Of deze blijft onbekend. Dan kan de
politie het dossier sluiten;
dit heet een ‘politiesepot’. Het slachtoffer kan over deze beslissing
zijn beklag doen bij de
officier van justitie. De officier, die uiteindelijk beslist over
vervolging, kan de politie opdracht
geven de opsporing te hervatten.
Als de recherche het onderzoek heeft afgerond en vindt dat er voldoende
bewijsmateriaal
tegen de verdachte is, wordt het dossier doorgestuurd naar de officier
van justitie. Bron: Ministerie van Justitie
|