Schadevergoeding
Bij de aangifte heeft de behandelend rechercheur geïnformeerd of het
slachtoffer de schade
wil verhalen op de dader. Bij het vaststellen van de schade wordt een
onderscheid gemaakt
tussen materiële en immateriële schade.
Bij materiële schade gaat het meestal om de waarde van vernielde
goederen, medische
kosten, extra studiekosten door studievertraging en verlies van
inkomsten omdat een tijd niet
gewerkt kon worden. De hoogte van materiële schade is in het algemeen
goed vast te stellen.
Bij immateriële schade ligt dat moeilijker. Het gaat dan bijvoorbeeld om
verlies van levensvreugde
vanwege de pijn en het verdriet dat het slachtoffer is aangedaan.
Vergoeding van
immateriële schade heet ook wel smartegeld.
Mogelijkheden tot
schadevergoeding
Er zijn vier mogelijkheden om de geleden schade op de dader te verhalen:
• door bemiddeling van de politie
tussen dader en slachtoffer,
• door bemiddeling van de officier van justitie,
• via het strafrecht,
• via het burgerlijk recht.
Bemiddeling door de politie of officier
van justitie kan alleen als de schade makkelijk is vast
te stellen en het om een eenvoudige zaak gaat. Bij seksueel geweld is
dat meestal niet het
geval.
Aan een eis tot schadevergoeding is geen financiële limiet verbonden. De
schade mag echter
niet dubbel verhaald worden. Daarom wordt altijd gevraagd of de schade
al via de verzekering
is vergoed. In dat geval kan het slachtoffer geen schadevergoeding meer
eisen van de
dader. Dit recht is dan overgegaan naar de verzekeringsmaatschappij.
Schadevergoeding via
het strafrecht
Indien het slachtoffer via het strafrecht de geleden schade op de dader
wil verhalen, zal de
officier van justitie deze eis tijdens de terechtzitting aan de rechter
voorleggen. Voorwaarde is
wel dat het om een eenvoudig vast te stellen schadevergoeding gaat. Voor
meer complexe
zaken wordt doorverwezen naar het burgerlijk recht. Een advocaat of de
officier van justitie
kan vertellen of het om een eenvoudige danwel complexe schadevergoeding
gaat.
Wel bestaat de mogelijkheid om de vordering te splitsen in een eenvoudig
en ingewikkeld
deel. Het ingewikkelde deel kan dan gevorderd worden in een burgerlijk
proces.
Ongeveer twee weken voor aanvang van de terechtzitting ontvangt het
slachtoffer een
‘kennisgeving beledigde partij’, waarmee hij zich ‘voegt’ in het
strafproces. Dit betekent dat
het slachtoffer geen aparte procedure hoeft te starten om
schadevergoeding te eisen. Aan de
voeging zijn geen kosten verbonden. Nadere informatie over het verloop
van deze procedure
is te vinden in het informatieblad Voegen in het strafproces, dat
tezamen met het voegingsformulier
verkrijgbaar is bij de officier van justitie.
Schadevergoeding
via het burgerlijk recht
In een burgerlijk proces kunnen alleen vorderingen worden behandeld die
nog niet aan de
orde zijn geweest in een strafrechtelijke zaak. Dit kan het geval zijn,
omdat de zaak is geseponeerd
door de officier, omdat er tijdens het strafproces geen schadevergoeding
is geëist of
omdat (een deel van) de vordering te complex bleek om tijdens het
strafproces te behandelen.
Een eis tot schadevergoeding van minder dan € 5.000,- kan via de
rechtbank, sector kanton,
behandeld worden. Een advocaat is dan niet nodig. Toch is het verstandig
een advocaat in te
schakelen, want procederen is ingewikkeld. Een vordering van meer dan €
5.000,- belandt bij
de sector civiel van de rechtbank. Het inschakelen van een advocaat is
dan verplicht.
Een procedure voor de burgerlijke rechter is niet eenvoudig en soms
nogal tijdrovend. Zo zal
het slachtoffer zelf het bewijs moeten leveren dat er schade is
toegebracht. Het is daarom
verstandig om van tevoren juridisch advies in te winnen over de kans van
slagen via een
burgerlijk proces om de schade vergoed te krijgen. Ook in de brochure
Slachtofferhulp en
schadevergoeding staat nadere informatie. In het hoofdstuk ‘Andere
brochures’ staat hoe deze
brochure aangevraagd kan worden.
Schadefonds geweldsmisdrijven
Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk een beroep te doen op het
Schadefonds
Geweldsmisdrijven. Een van de vereisten is dat de schade niet op een
andere manier vergoed
kan worden. Bovendien geldt de restrictie dat het verzoek om een
uitkering van het schadefonds
binnen drie jaar na het gebeurde wordt gedaan. Verzoeken die na deze
termijn worden
ingediend, kunnen nog wel in behandeling worden genomen. Voorwaarde is
dan dat de overschrijding
van de termijn het gevolg is van omstandigheden waaraan de verzoeker
redelijkerwijs
niets kon doen.
Uitgebreide informatie over de voorwaarden, de maximale uitkering en de
wijze waarop een
uitkering aangevraagd kan worden staat in de brochure Schadefonds
geweldsmisdrijven. In
het hoofdstuk ‘Andere brochures’ staat hoe deze brochure aangevraagd kan
worden.
Bron: Ministerie van Justitie