|
Vrijstellingen en
drempels successierecht 2004
|
Algemeen nut beogende
instellingen (zoals de Stichting Lotgenoten
Incest Slachtoffers):
|
drempel 8.483 euro
|
|
Echtgenoot/
geregistreerd/ fiscaal partner
|
vrijstelling 496.324 euro
*
|
|
Kinderen tot 23 jaar:
|
vrijstelling 4.243
euro voor elk jaar jonger dan 23 jaar met een minimum
van 8.483 euro.
|
|
Kinderen van 23 jaar of
ouder:
|
drempel 8.483 euro,
mits de verkrijging minder bedraagt dan 25.448 euro.
|
|
Invalide kinderen jonger
dan 23 jaar:
|
vrijstelling 4.243
euro voor elk jaar jonger dan 23 jaar met een minimum
van 12.725 euro *
|
|
Invalide kinderen van 23
jaar of ouder:
|
vrijstelling 8.483
euro *
|
|
Ouders:
|
vrijstelling 42.413
euro *
|
|
Andere bloedverwanten in
rechte lijn:
|
drempel 8.483 euro.
|
|
Overig:
|
vrijstelling 1.839 euro
|
Samenwonenden, indien de
gemeenschappelijke huishouding heeft geduurd:*
|
5 jaar
|
vrijstelling 496.324
euro (tweerelatie)
|
|
5 jaar
|
vrijstelling 248.163
euro (meerrelatie)
|
|
4 jaar
|
vrijstelling 198.527 euro
|
|
3 jaar
|
vrijstelling 148.894 euro
|
|
2 jaar
|
vrijstelling 99.260 euro
|
Als u door het overlijden van de
erflater een pensioen ontvangt, hoeft u over dat pensioen geen
successierechten te betalen. Uw vrijstelling wordt echter
verminderd met de totale waarde van uw pensioen. Uw vrijstelling
wordt echter niet lager dan:
|
141.807 euro
|
echtgenoot
|
|
12.725 euro
|
invalide kinderen jonger
dan 23 jaar
|
|
8.483 euro
|
andere kinderen jonger
dan 23 jaar
|
|
8.483 euro
|
ouders
|
|
70.909 euro
|
andere samenlevingsvormen
|
Vrijstellingen en drempels
schenkingsrecht 2004
|
Algemeen nut beogende
instellingen (per twee jaar)
|
drempel 4.243 euro
|
|
Kinderen (per
kalenderjaar)
|
vrijstelling 4.243
euro
|
|
Kinderen tussen 18 en 35
jaar (eenmalig)
|
vrijstelling 21.209
euro
|
|
Overigen (per twee jaar)
|
drempel 2.546 euro
|
Tarieven belasting over
schenkingen en successies 2004
Algemeen nut beogende instellingen zoals de Fietsersbond vallen
onder het tarief van 11%.
|
|
|
Tarief-groep
|
|
|
Belaste verkrijging
|
1
|
2
|
3
|
|
0 – 21.212
euro
|
5%
|
26%
|
41%
|
|
21.212 – 42.419
euro
|
8%
|
30%
|
45%
|
|
42.419 – 84.829
euro
|
12%
|
35%
|
50%
|
|
84.829 – 169.650
euro
|
15%
|
39%
|
54%
|
|
169.650 -
339.293 euro
|
19%
|
44%
|
59%
|
|
339.293 -
848.219 euro
|
23%
|
48%
|
63%
|
|
848.219 euro
en hoger
|
27%
|
53%
|
68%
|
Tariefgroep 1 omvat
echtgenoot/ partner en (pleeg)kinderen, kleinkinderen, en
verdere nazaten en samenwonenden die na hun 22ste jaar
tenminste 5 jaar aaneengesloten tot overlijden/schenking een
gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Voor
kleinkinderen en verdere nazaten wordt het tarief met 60%
verhoogd.
Tariefgroep 2 omvat broers
en zusters, ouders en verdere bloedverwanten in de opgaande
lijn.
Tariefgroep 3 omvat alle
overige verkrijgers, met uitzondering van algemeen nut beogende
instellingen.
|